i

Parochies VOMMMM

Het kerkgebouw

Opgravingen vlak na de Tweede Wereldoorlog hebben aangetoond dat heel waarschijnlijk in de 12deeeuw op dezelfde plaats als nu een kapel heeft gestaan ter ere van de H. Brigida, een Ierse heilige, patrones van het hoornvee en na Lambertus de tweede beschermheilige van de kerk.

 

Op het einde van de 16deeeuw (1596), tijdens de 80-jarige oorlog, werd de toenmalige kerk geheel verwoest in het oorlogsgeweld tussen Spanjaarden en Hollanders (uit die tijd dateert ook het legendarische verhaal van Kiste Trui). Alle inwoners van Middelaar moeten ook toen, net als in 1944, geëvacueerd zijn geweest.

In 1944/1945 werd de kerk geheel verwoest tengevolge van de oorlogshandelingen, evenals trouwens het overgrote deel van het dorp. Later werd de kerk weer herbouwd, echter zonder toren wegens gebrek aan geld.

Het huidige kerkgebouw dateert uit 1947/1948 en is gebouwd onder pastoor Driessen met dhr. Coumans uit Nijmegen als architect. Pastoor Driessen kreeg eerst geen toestemming een toren te bouwen; men had de baksteen elders nog te hard nodig, i.v.m. de wederopbouw. Daarom liet de pastoor mergel overkomen uit Zuid-Limburg. En zo is de kerk gebouwd met baksteen en is de toren opgetrokken uit mergel. Kerstmis 1948 werd de nieuwgebouwde kerk in gebruik genomen. De inzegening vond plaats in 1950.

Pastorie

Rechts naast de kerk staat  een foto van de pastorie.

 

Kapellen en kruisen

De parochie heeft naast twee kruisen ook twee kapellen op het grondgebied staan.

Kapel Maria Onbevlekte Ontvangenis aan de Eindweg op de Katerbosch

Engelbertus Wismans, die pastoor van Middelaar was van 1878 tot 1890, liet het kapelletje in 1887 bouwen. Bij zijn terugkeer van een bedevaart naar Lourdes, bracht hij een gipsen beeld van Onze Lieve Vrouw van Lourdes en een beeld van Bernadette Soubirous mee. Ook had hij een steen meegenomen uit de grot in de rots Massabielle, waar Maria volgens de overlevering in 1858 aan Bernadette was verschenen. De steen liet hij in het kapelletje inmetselen. In de top van de voorgevel werd een gedenksteen met de tekst: „Maria zonder zonden ontvangen, bid voor ons" en het jaartal 1887 aangebracht, terwijl in de toenmalige rechter afscheidingsmuur een steen met de tekst: „E. Wismans, pastoor" werd geplaatst. Het is niet bekend wie het kapelletje heeft gebouwd. Engelbertus Wismans stelde ook een jaarlijkse processie naar het kapelletje in, die gewoontegetrouw werd gehouden op 15 augustus, de feestdag van Maria Hemelvaart.

 

In 1907 ontstond het gebruik dat een van de Kruisheren van St. Agatha daar een predicatie hield. Tot in de jaren zestig van de vorige eeuw is dit gebruik gehandhaafd. Pastoor Veugelers heeft het kapelletje bij het veertigjarig bestaan in 1927 grondig laten restaureren. In de toenmalige linker afscheidingsmuur kwam een gedenksteen met de tekst: „Hersteld 1927, Fr.Veugelers Pastoor". In de periode september 1944 - februari 1945 werd het kapelletje door oorlogsgeweld verwoest. De nieuwe parochieherder pastoor Theodorus Driessen heeft in de loop van 1946 het kapelletje laten restaureren door Adriaan van Scheppingen. Aannemer G. Lemmen schonk het dak. De stenen, de dakpannen en de plavuizen waren van de oude pastorie. De deur werd geschonken door Henri Bouhuis. Het smeedwerk van het hekje voor de nis, het hang- en sluitwerk en de kaarsenstandaard werden geleverd door A. Lemmens en zonen. Het kruisje op het dak was nog van het oude kapelletje. Het oorspronkelijke Mariabeeldje was geheel vernield en werd vervangen door een nieuw houten beeld vervaardigd door Christoph Thissen. Het werd geen Onze Lieve Vrouw van Lourdes, maar Thissen ontwierp een beeld van de patrones van het bisdom Roermond, Maria Onbevlekte Ontvangenis. Op 31 mei 1947 's avonds werd dit beeld met een feestpredikatie van pater De Kort van de Kruisheren van St. Agatha in het kapelletje geplaatst. In de loop van de volgende jaren vervalt het kapelletje zienderogen meer en meer. Pastoor Scheffers brengt het houten Mariabeeld over naar de sacristie in de parochiekerk. Na restauratie door Christoph Thissen staat dit Mariabeeld nu in het kapelletje aan de Riethorst. Inmiddels is het kapelletje op de monumentenlijst geplaatst en wordt in

   

1981 opnieuw gerestaureerd met een gemeentelijke subsidie. In 1983 worden er nieuwe gipsen beelden van Maria en Bernadette geplaatst, die pastoor Scheffers heeft meegebracht van een bedevaart naar Lourdes. Op zaterdagavond 13 augustus 1983 zegent pastoor Scheffers het kapelletje in, waarbij fanfare Sint Caecilia de plechtigheid opluistert met muziek.Tenslotte is Onze Lieve Vrouw van Lourdes weer terug op de Katerbosch, maar ook onder haar eigenlijke naam  Maria Onbevlekte Ontvangenis, zoals ze zich immers aan Bernadette bekend maakte. De laatste jaren wordt er op 15 augustus weer een Heilige Mis gelezen. Het onderhoud van het kapelletje is in handen van enkele buurtbewoners.

De kapel op de Katerbosch is toegewijd aan Maria Onbevlekte Ontvangenis en werd in 1887 in baksteen gebouwd. In 1968 werd het onder Monumentenzorg geplaatst. Het is nu een beschermd rijksmonument. De laatste restauratie werd in 1981 uitgevoerd door aannemersbedrijf B.F. van Tienen B.V. uit Nijmegen. De kapel is 3,70 m lang, 2,60 m breed en de voorgevel heeft een hoogte van 4 m. De binnenkant is gepleisterd en het plafond heeft een houten beschot. De huidige gipsen beelden van Maria (geplaatst in een nis) en Bernadette Soubirous (op een console) zijn niet oud (1983) en afkomstig uit Lourdes. Op het smeedijzeren hek voor Maria staan de woorden Ave Maria. Naast de ingang staat een zitbankje.

Het kapelletje aan de Riethorst

De tweede kapel is de  Mariakapel in de Riethorst (Plasmolen). Het is een gedachteniskapel ter invulling van een belofte gedaan door pastoor Theodorus Driessen, om deze kapel te bouwen "als hij heelhuids uit de oorlog zou komen". De kapel staat op een plek die zwaar geleden heeft van het oorlogsgeweld.

Van 17 september 1944 toen de geallieerden Mook gedeeltelijk bevrijdden tot 9 februari 1945 toen Middelaar eindelijk vrij kwam, was dit gebied "niemandsland". In die periode was pastoor Veugelers, de parochieherder van Middelaar, naar Mijdrecht geëvacueerd. Hier is hij op tweede kerstdag 1944 's morgens om vijf uur met 66 jaren overleden in het Sint Gerardus Majella Gesticht en aldaar op zaterdag 30 december begraven. Pastoor Wijnand Janssen schrijft in zijn „Liber memorialis parochiae Mook" dat hij dit bericht pas op 3 april 1945 kreeg: vandaag bereikt ons het bericht, dat mijn collega en buurtpastoor van Middelaar is overleden in het nog bezette deel van Nederland.

Sinds september was hij door de Duitsers weggevoerd uit zijn parochie. Waar hij sindsdien is gebleven, weet ik nog niet. Hij ruste in vrede. Indien hij was teruggekeerd, zou hij niets anders gevonden hebben dan een puinhoop in plaats van de kerk, die hij met weinig geldmiddelen en met gelukkig doorzettingsvermogen had hersteld en in orde gebracht. Zijn pastorie ligt verwoest. De woningen van al zijn parochianen eveneens. Heel Middelaar kan worden afgeschreven. Als er een Nederlands epitheton aan moest gegeven worden, dan kon het terecht genoemd worden: "het kapotte". Deze kapel kan gezien worden als een teken van de behouden terugkeer van vele Middelaarse inwonersnaar hun, weliswaar geheel verwoeste, woonplaats. De hoop op terugkeer na hun zwerftocht in de evacuatieperiode is treffend gesymboliseerd door de naamheilige van deze kapel, Maria Sterre der Zee .Pastoor Driessen is pas na de oorlog op 21 september 1945, door de tot Deken van Gennep benoemde Mookse pastoor Janssen, in Middelaar geïnstalleerd. Dit is tevens het laatste feit dat hij in zijn "Liber memorialis" vermeldt: eerste optreden als Deken. Na 's morgens afscheid te hebben genomenin de heilige missen, ga ik 's middags naar Middelaarom de nieuwe, nog zeer jeugdige pastoor Theodorus Driessen te installeren. De bevolking heeft hard gewerkt om het verwoeste dorp een feestelijk aanzien te geven. Er is een houten noodkerk gebouwd. De pastoor wacht nog op zijn noodwoning. Vertrouwend op Gods hulp gaan pastoor en parochianen aan de slag om te bouwen: geestelijk en stoffelijk. Na tien jaar, in 1955 werd de belofte van pastoor Driessen gestand gedaan en met de hulp van veel buurtbewoners is toen deze kapel gebouwd. Informatie over deze kapel komt uit een bijdrage van Gerrit Bouhuis in de bundel voor het Kerkenpad in Middelaar met als titel: "Geloven door de eeuwen heen" (21 mei 2003).

Het fraaie beeld Maria, Sterre der Zee op de voorgevel is in majolica (aardewerk in tinglazuur) gemaakt door Piet Kurstjens, van pottenbakkerij De Olde Kruik' uit Milsbeek.

Het beeld hing tot 1995 aan de achtergevel. Aan de voorgevel is een steen ingemetseld met de Latijnse tekst: Mans Stella, Regina sine lade concepta, pie intercede pro nobis. In deze tekst zit het jaartal 1955 verstopt in Romeinse cijfers en het woord Middelaar (intercede). De vertaling van de tekst luidt: Sterre der Zee, zonder zonde ontvangen, wil voor ons een Middelares zijn. De glazenier Piet Coppens uit Ravenstein maakte de vijf glas-inloodraampjes, voorstellende de vijf blijde geheimen van de rozenkrans.

Het houten altaar is gemaakt door Eberhard Peters uit Plasmolen en draagt de tekst: Jesu tibi sit gloria quinatus es de virginie (Aan U Jezus uit een maagd geboren zij de eer). Het oorspronkelijke eeuwenoude Mariabeeld in de kapel, is teruggegaan naar de parochiekerk in Middelaar en is gerestaureerd door Gerrit Thijssen uit Plasmolen.

Het huidige Mariabeeld boven het altaar is gemaakt door Christoph Thissen uit Roermond als een Maria Onbevlekte Ontvangenis en is afkomstig van de Mariakapel aan de Eindweg in Middelaar. Het fraaie wandkleed er achter, is geborduurd met raffia op jute door Els Cox uit Plasmolen.

De communiebank is nog afkomstig uit de door oorlogsgeweld verwoeste parochiekerk van Middelaar. In de achterwand heeft pastoor Driessen een steen laten inmetselen met een tekst die aangeeft dat deze kapel gesticht is ingevolge de door hem gedane belofte. In de zomermaanden tot 15 augustus (Maria Hemelvaart) wordt er elke donderdag een heilige mis gelezen. In het verleden deden dit de Kruisheren van St. Agatha, maar dan op zondagmorgen om zes uur! Enkele buurtbewoners zorgen voor het onderhoud van de kapel.

De kapel aan de Riethorst is toegewijd aan Maria, Sterre der Zee en ontworpen door architect J. Coumans uit Nijmegen. In 1955 werd de kapel gebouwd in baksteen door medewerkers van de aannemers Bouhuis uit Middelaar en Roelofs uit Mook. Het gebouw is 5,60 m lang, 4,70 m breed en de gevelhoogte is 6,70 m. Aan de buitenkant in de voorgevel is een majolica beeld van Maria, Sterre der Zee (gemaakt door Piet Kurstjens) en binnen, boven het altaar, staat een houten beeld van Maria Onbevlekte Ontvangenis, gemaakt door Christoph Thissen uit Roermond in 1946. De kapel is nu een beschermd gemeentelijk monument en onlangs (2003) nog met gemeentelijke subsidie gerenoveerd.

Binnen ziet men een gewelfd en gepleisterd plafond en vijf glas-in-lood ramen, voorstellende de vijf blijde geheimen uit "De geheimen van de rozenkrans". Achtereenvolgens ziet men: de engel Gabriël brengt de blijde boodschap aan Maria; Maria bezoekt haar nicht Elisabeth; Jezus wordt geboren in een stal van Bethlehem; Jezus wordt in de tempel opgedragen; Jezus wordt in de tempel wedergevonden.

In de eerste raam is de boodschap van de engel  Gabriël aan Maria dat zij jezus Christus ter wereld zal brengen weergegeven . De tweede blijdschap is het bezoek van Maria aan haar nicht Elisabeth en deelt met haar het geheim van de aanstaande geboorte. Het derde stadium is de geboorte van Jezus in een stal te Bethlehem. 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het vierde raam geeft de opdracht
van Jezus in de tempel  weer.
Het vijfde raam laat zien dat Maria haar twaalfjarige zoon Jezus terugvind in de tempel,  waar hij in gesprek is met de schriftgeleerden.  

 

 

 

 

Het kruisbeeld aan de Pastoorsdijk

Het verhaal van dit kruisbeeld is opgetekend door Jenny Lemmen in de bundel voor het Kerkenpad in Middelaar met als titel: „Geloven door de eeuwen heen" (21 mei 2003). Deze tekst wordt in bewerkte vorm hier weergegeven. In de jaren 1946 en 1948 werden twaalf Middelaarse jongens naar Nederlands Indië gestuurd om daar hun militaire dienstplicht te vervullen tijdens de politionele actie aldaar. In 1950 kwamen ze alle twaalf weer gezond naar huis terug. Uit dankbaarheid voor hun behouden thuiskomst werd het idee geboren om als dank een kruisbeeld op te richten.

De twaalf Indië-gangers hebben zowel materieel als financieel meegewerkt aan de totstandkoming van dit kruisbeeld. Het eikenhouten kruis werd gemaakt door Jenny Lemmens en voor de gemetselde sokkel was Gerrit Willems verantwoordelijk. Lemmens en Willems maakten deel uit van de Indië-gangers. De namen van de overige tien zijn: Jan Bouhuis, Hein Groenen, Alwies de Groot, Jan ten Haaf, Jos ten Haaf, Piet Koenders, Wim Koenders,Theo Lemmen, Leo Nagels en Frans Peters-Sengers.

Op de sokkel is een hardstenen gedenkplaat bevestigd met als opschrift:„ Uit dankbaarheid voor een behouden terugkeer uit Indonesië". Hein van den Hoogen uit Middelaar vervaardigde deze gedenkplaat. 

 

 

 

 

Het corpus werd uit klei geboetseerd door de Tegelse kunstenaar Piet Killaars. Theodorus Driessen destijds pastoor te Middelaar, heeft het kruis op 5 mei 1955 ingezegend. Het corpus was echter geen lang leven beschoren! De klei was namelijk zeer poreus en omdat de ledematen waren gewapend met ijzerdraad is het corpus na enkele jaren gaan roesten en gedeeltelijk uiteengevallen. Een Tegelse houtsnijder heeft toen het corpus in eikenhout nagesneden. Van het nieuwe corpus waren hoofd, romp en benen uit één stam gemaakt en de armen waren apart. Dit houten corpus werd aan het bestaande kruis bevestigd. Het heeft daar gehangen totdat het kruis na jaren daar gestaan te hebben, in de nacht van 13 op 14 september 1990 op een hoogte van 90 centimeter werd afgezaagd en gestolen. Binnen enkele maanden is er toen door Jenny Lemmen een nieuw eikenhouten kruis in elkaar gezet. In Kevelaer is toen een corpus van kunsthars gekocht en vervolgens is het kruisbeeld weer op de oude plaats opgericht. Maar het heeft niet lang stand gehouden. Want in de nacht van 8 op 9 februari 1991 is het corpus vernield. Restauratie bleek echter mogelijk en nu siert dit corpus nog steeds dit eikenhouten kruis.

Het kruisbeeld aan de Witteweg

Dit kruis herinnert aan de verschrikkingen in het laatste oorlogsjaar (1944-1945), dat in Middelaar een spoor van vernieling en ellende heeft nagelaten. In het najaar van 1944 en het voorjaar van 1945 liep de frontlijn midden door het dorp met aan de noordelijke kant de Duitse troepen en aan de zuidelijke kant de geallieerden. Middelaar en Plasmolen werden geheel verwoest. Geen huis bleef overeind.

De inwoners moesten in september 1944 vluchten uit de hel van vuur en dood waartoe hun dorp verworden was. Na veel omzwervingen en dagenlange voettochten werden velen van hen over Nederland verspreid en wachtten op hun evacuatieadres de bevrijding af. In september 1945 was nog slechts een derde deel van de Middelaarse bevolking berooid teruggekeerd. Pas met Kerstmis was het grootste gedeelte van de evacués in hun zwaar getroffen dorp terug.

Dit kruis met een afbeelding van de lijdende Christus, herinnert aan deze ellendige tijd, vol droefheid en mededogen. Een ingemetselde steen in de sokkel van het kruis houdt de herinnering aan deze trieste periode levend en is tevens een oproep voor eensgezindheid en vrede! De tekst op de sokkel luidt als volgt: In den oorlog van het jaar onzes Heeren 1944 werden gedood Jan Lamers, Jacobus van Lent, Jan Siebers, Ant. Horsten-Bexkens, Alphons Verouden, inwoners van het geheel ten gronde gerichte Middelaar. Alsmede duizenden soldaten die van hieruit plotseling voor Gods rechterstoel werden geroepen. Bidt God voor de zielen.

De tekst op de sokkel van het kruis aan de Witteweg. Het corpus op het houten kruis aan de Witteweg te Middelaar is gemaakt van keramiek door de beeldhouwer Piet Killaars uit Tegelen en geplaatst omstreeks 1945-'46. Het is 2,20 m hoog en de dwarsbalk is 1,80 m breed. De lengte van het corpus, van kruin tot voetzool bedraagt 100 cm en de breedte tussen de buitenzijden van de handen is 90 cm. Het kruis wordt afgedekt met een dakje. De sokkel is van gemetselde baksteen.

Bron: Rond de Grenssteen, nr. 68 (2003)

 

 

De pastoors van Middelaar

In de loop van de eeuwen heeft de parochies Middelaar een lange rij pastoors gekend, die de zielzorg uitoefenden. De oudste naam vinden we terug in 1516. Omdat Mook onder het hertogdom Kleef en Middelaar onder het hertogdom Gelre viel, is het verbod op de openbare katholieke godsdienstuitoefening, zoals deze gold in de Staatse Nederlanden sinds 1609, niet van toepassing. Dit verbod werd overigens in 1795 weer opgeheven. De naam van de patroonheilige van de parochiekerk in Middelaar was oorspronkelijk H. Brigida, maar vanaf de 16e eeuw kwam daar H. Lambertus als patroon bij. De kerk van Middelaar gaat terug tot de 14e eeuw.

 

De pastoors van Middelaar:

  • Leonard van Scherlberg, uit Gennep, was pastoor van 1516-1525.
  • Joannes Veeler, geboren te Mook, reeds in zijn studententijd als pastoor benoemd.
  • Albertus Elders, van 1705 - 1767.
  • Joannes Janssen, uit Nederasselt, was pastoor vanaf 1787, hij stierf 1 februari 1839.
  • Petrus Johannes Cruysen, van 1839 - 1855.
  • Norbertus S. Sleurs, van 1855 - 1878.
  • Engelbert Wismans, van 1878 - 1890.
  • Jan J. Peeters, van 1890 -1893.
  • Joannes Hubertus Henricus Stoffelen, 1893 -1898.
  • Petrus J. H. Obers, 1898 - 1907.
  • Hermanus Noy, van 1907 - 1921
  • Isidoor Kaufman, van 1921 - 1926.
  • Franciscus Leonardus Hubertus Veugelers, van 1926 - 1944.
  • Theodorus Wilhelmus Johannes Driessen, van 1945 - 1961.
  • Dr. Albertus Sluis O. S. Cr., van 1961 - 1962.
  • Joannes Emmanuel Maria Verbugt, van 1962 - 1974.
  • Henricus Franciscus Scheffers, van 1974 - 1996.
  • Antonius H. H. van Dijk, van 1999 - 2003.
  • Th. P. H. (Rudo) Franken, van 2003 - 2014.
  • C. G. N. (René) Schols, van 2014 - 2017.
  • M. P. M. (Martinus) Rijs, van 2017 - heden